wat er in de kofferbak ligt
Acht dingen komen bij vrijwel elke trainer terug. Ze passen samen in één tas en één krat, wegen bij elkaar rond de vijfentwintig kilo, en dekken alles wat je thuis nodig hebt.
het vaste deel
Verstelbare halters, meestal twee tot vierentwintig kilo
Het zwaarste voorwerp in de auto en het meest gebruikte. Verstelbaar omdat een trainer bij dezelfde klant binnen één sessie van vier kilo naar zestien wil kunnen. Vaste halters zouden een aanhanger vergen.
Eén of twee kettlebells
Voor zwaaibewegingen, dragen en alles waarbij het gewicht buiten je lichaam hangt. Een kettlebell van zestien kilo doet werk dat met halters onhandig wordt. Trainers kiezen meestal één maat en variëren met het aantal herhalingen.
Een set weerstandsbanden met verschillende zwaartes
Vier tot zes banden, van heel licht voor schouders tot zwaar voor benen. Kosten samen minder dan één halter en vervangen thuis het complete kabelstation van een sportschool.
Een deuranker
Een stuk band met een verdikking die je tussen deur en kozijn klemt. Daarmee wordt elke deur in huis een bevestigingspunt. Het onbeduidendste voorwerp in de tas en het meest onmisbare.
Een ophangsysteem met lussen
Aan een deur, een boom of een balkonrand. Levert tientallen oefeningen op met alleen je eigen gewicht, waarbij de zwaarte wordt geregeld door je voeten te verzetten. Weegt niets en past in een broekzak.
Een mat
Dikker en steviger dan een yogamat. Ligt onderin en gaat als eerste de deur uit bij aankomst.
Een verstelbare step of opstapkist
Voor uitvalspassen, opstappen en opdrukken op hoogte. Wordt vaak vervangen door de onderste traptrede of een stevige salontafel als de trainer niet wil sjouwen.
Een timer en een hartslagband
Klein maar sturend. De timer bepaalt het ritme van een circuit, de hartslagband laat zien of je werkelijk in de zware zone komt of dat het alleen zo voelt.
het wisselende deel
Afhankelijk van je programma, je ruimte en soms van het seizoen.
medicijnbal
Voor werpen, vangen en draaien. Vraagt een muur die ertegen kan of een tuin. Zonder een van beide blijft hij in de auto.
balanstrainer
Halve bal met een plat vlak. Vooral bij herstel na enkel- of knieklachten en bij ouderen die valangst hebben. Neemt veel ruimte in voor één doel.
slee of sledge op wielen
Alleen bij een lange oprit of een stuk stoep. Zware conditieprikkel zonder rennen, dus geschikt voor wie knieklachten heeft.
bokshandschoenen en pads
Populair, en niet alleen om de conditie. Slaan doet iets met mensen dat squats niet doen. Vraagt wel drie bij drie meter en een trainer die het beheerst.
zandzak of gevulde tas
Onhandig gewicht dat verschuift terwijl je het draagt. Dat is precies de bedoeling: je romp moet corrigeren.
koorden en pionnen
Voor voetenwerk en korte richtingsveranderingen. Vrijwel altijd buiten, en vooral bij wie een balsport speelt of weer wil gaan spelen.
wat er niet in ligt
Geen apparaten. Geen loopband, geen crosstrainer, geen fitnessapparaat met kabels. Niet omdat die niet werken, maar omdat je ze niet in een kofferbak krijgt en omdat één apparaat één beweging traint. Een band en een halter samen doen het werk van vier apparaten en passen in een tas.
Dat is de kern van trainen aan huis: het materiaal is bewust generiek en de trainer is het specialistische deel.